ASMI-Ik Ben is een onderdeel van Applaudite BV



Over ons
We communicate via internet more and more now-a-days.
So we would like to thank Applaudite for helping us with our online identity.
If you have any concerns please read our disclaimer, or contact us.
E-nummer 621, Mononatriumglutamaat, Ve-tsin
.......Welkom op asmi-ikben.nl .... dank je wel voor je bezoek

Door aan het universum te vragen wat je wil, heb je de kans om duidelijkheid te krijgen over wat je wil. Zodra het voor jou duidelijk is, heb je gevraagd.
Klik hier voor het filmpje "The Interview With God '

Mononatriumglutamaat (het mono-natriumzout van glutaminezuur), in de keuken ook ve-tsin genoemd, is een smaakversterker die toegepast wordt in vele hartige voedingsmiddelen. Het is een toegestaan additief en heeft E-nummer 621. Vergelijkbare stoffen zijn E620-E627. De stof mag in Nederland als additief slechts beperkt gebruikt worden (10g/kg), hetgeen bepaald is in de Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen.

Natriumglutamaat is een ingrediŽnt van het Chinese keukenkruid Ve-tsin. Van oorsprong komt Ve-tsin uit Japan, waar het uit gefermenteerd zeewier werd bereid.
De smaak van de stof is zo typerend dat deze wordt aangeduid als vijfde smaak: umami; ook wel te omschrijven als "hartig". (De andere primaire smaken zijn zout, zoet, zuur en bitter.)
Vrij glutamaat (het werkende deel van natriumglutamaat) komt van nature in verschillende andere voedingsmiddelen voor. Voorbeelden zijn tomaten, gefermenteerde sojaproducten, oude kaas en gistextract. Kleine hoeveelheden zitten in paddenstoelen, parmezaanse kaas, moedermelk, pinda's en blauwschimmelkaas. In deze (en andere) voedingsmiddelen ontstaat het vrije glutamaat als afbraakproduct van eiwitten. Oude kaas, waar het afbraakproces van de eiwitten langer heeft geduurd, bevat meer vrij glutamaat dan jonge kaas. Hierdoor smaakt oude kaas meer "umami", oftewel "hartiger".
De smaakversterkende werking van natriumglutamaat kan worden vergeleken met de wijze waarop de toevoeging van zout de smaak van voedsel versterkt; denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen aardappelen die met, en die zonder een beetje zout in het water zijn gekookt. De aardappelen die zonder zout zijn gekookt zijn "flauw". Zelfs als de met zout gekookte aardappelen niet direct "zout" smaken, zit er toch meer "smaak" aan. Zo kan toevoeging van natriumglutamaat ook de smaak van het voedsel versterken, waarbij vooral het "hartige" aspect naar voren wordt gebracht.
Natriumglutamaat wordt in toenemende mate toegepast in vleesproducten zoals worst, in allerlei zoutjes, in drinkbouillons, et cetera. Meestal bedraagt de concentratie natriumglutamaat 0,2 tot 0,5 %. Hogere concentraties geven een zoete smaak. Een mengsel van 95% mononatriumglutamaat en 5% natriuminosinaat (E631) levert een tienmaal zo sterk smaakeffect op.

Oorsprong en functie in het lichaam
Natriumglutamaat is een zout van glutaminezuur. Glutaminezuur is een van de 20 aminozuren waaruit eiwitten zijn opgebouwd. Het word beschouwd als een niet-essentieel aminozuur, wat betekent dat het menselijk lichaam dit zelf kan synthetiseren. Glutamaat kan in twee vormen voorkomen, zowel in voedsel als in ons menselijke weefsel: in een gebonden vorm waarin het deel uitmaakt van een eiwitketen en dus aan andere aminozuren gelinkt is, of in een vrije vorm als individueel aminozuur. Alleen deze laatste vorm is van belang in zijn rol als smaakmaker. Recente studies laten zien dat glutamaat uit voedsel de belangrijkste energiebron is voor de darm. De darm heeft zo`n hoge voorkeur voor glutamaat dat van alle ingenomen glutamaat slechts 4% in het darmkanaal overblijft en in het bloed word opgenomen. Dit betekent ook dat we bijna alle glutamaat die we nodig hebben zelf moeten synthetiseren. Alle glutamaat in voedsel word in het spijsverteringskanaal omgezet in vrije, ongebonden glutamaat. Glutamaat wordt bovendien in de hersenen gebruikt als neurotransmitter. De hersen-bloedbarriŤre, die bepaalt welke moleculen wel en niet in de hersenen terecht kunnen komen, laat echter glutaminezuur niet door. De hersenen moeten dus hun eigen glutamaat maken uit glucose en andere aminozuren. De belangrijke rol die glutamaat heeft in onze stofwisseling word versterkt door een aantal specifieke functies zoals substraat voor eiwitsynthese, precursor voor glutaminezuur, stikstoftransport, enzovoort.


Voorkomen en synthese
Glutamaat komt van nature voor in veel voedingsmiddelen, zoals, vlees, vis, groenten, granen, tomaten, melk, aardappelen, soja en veel kaassoorten. Veel Aziatische gerechten worden gekenmerkt door de smaak van glutamaat, zowel van natuurlijke oorsprong, uit bijvoorbeeld sojasaus of vissaus, als toegevoegd in de vorm van Ve-Tsin. De Italiaanse keuken ontleent zijn smaak ook vaak
aan glutamaat uit tomaten en kaas. Het verhoogt de smaak van het voedsel en zorgt voor een meer weelderige smaak. De commerciŽle synthese van natriumglutamaat begon in 1909. Oorspronkelijk werd het gemaakt door de hydrolyse van natuurlijke eiwitten uit bijvoorbeeld tarwemeel en sojavlokken. Tegenwoordig wordt natriumglutamaat gemaakt door bacteriŽle fermentatie. De bacteriŽn (Corynebacterium glutamicus) bevinden zich in een vloeibaar medium dat suikers, melasse of zetmeel bevat als substraat. De bacteriŽn synthetiseren vervolgens het glutaminezuur en scheiden dit uit in het medium. Na winning van het medium door filtratie en zuivering, wordt het glutaminezuur omgezet in natriumglutamaat. Na additionele zuivering, kristallisatie en drogen is het natriumglutamaat poeder klaar voor gebruik.

We worden als samenleving in veel opzichten ongezonder, maar dat probleem krijgt niet de aandacht die het verdient. We stellen individuele mensen aansprakelijk voor de leefstijlkeuzes die ze maken. Maar we doen praktisch niets aan de grote belangen van bijvoorbeeld de wereldwijde levensmiddelenindustrie die deze keuzes beÔnvloeden - als ze die al niet bepalen.
Er is een nieuwe balans nodig tussen gezondheid en de maatschappij, en dat vereist een ander gezondheidsbeleid. Gezondheidsbeleid is meer dan een kwestie van grote uitgaven en consumptie van gezondheidszorg. Ook moeten termen als gezondheidszorg en gezondheid niet langer door elkaar gebruikt worden.
Politici moeten meer praten over 'gezondheid' en minder over 'gezondheidszorg'. Al te vaak spreken zij op partijbijeenkomsten of in interviews over gezondheid terwijl ze eigenlijk 'gezondheidszorg' en 'ziekenhuisbedden' bedoelen. Het verbeteren van
gezondheid wordt altijd op ťťn lijn gesteld met de bouw van nieuwe ziekenhuizen.
Gezondheid is niet een product dat wordt geleverd door ťťn bepaalde sector of beroepsgroep die apart zou werken van de gemeenschap die zij dient. Gezondheid is het resultaat van gezamenlijke inspanningen en is daarmee per definitie iets dat verschillende sectoren van de samenleving aangaat. Daarom moet de samenleving ook de gelegenheid krijgen om zijn gezondheid meer in eigen hand te nemen. Overheden in veel landen erkennen de noodzaak om beleid en management samen te brengen en over de grenzen van organisaties en beroepsgroepen te werken. Maar in de praktijk krijgen ze dat nauwelijks voor elkaar.


Als we gezonde samenlevingen willen garanderen, moeten we onze gezondheidszorg-systemen omvormen tot gezondheids-systemen. Onze huidige politieke leiders roepen vaak simpelweg op tot meer marktliberalisme en meer keuze in gezondheid en op andere terreinen, maar deze politieke keuze berust op ernstige misvattingen over de aard en dynamiek van markten. De socioloog Richard Sennett bijvoorbeeld heeft helder geschreven over de neiging van het moderne kapitalisme om "onverschilligheid te verspreiden". Wanneer sociale instituties worden omgebouwd onder de noemer 'marktdenken' kunnen mensen verworden tot wegwerpartikelen. Het resultaat is dat "het idee dat mensen er als persoon toe doen, en nodig zijn voor anderen" verwatert. Dergelijke aspecten zijn niet altijd onderdeel geweest van het kapitalisme, maar zijn wel prominent aanwezig in de moderne 'flexibele' vorm ervan.
We kunnen niet langer doorgaan op de huidige weg als we ťchte verbeteringen in gezondheid en welzijn willen realiseren. Zal dat lukken? Wijlen John Kenneth Galbraith waarschuwde in 1992 voor 'de cultuur van de zelfgenoegzaamheid'. Hij zei dat we "het ethos van de zelfgenoegzaamheid en zijn sterk gemotiveerde verzet tegen verandering en hervorming" niet moeten onderschatten. Daarom zullen de veranderingen die nodig zijn, waarschijnlijk niet plaatsvinden tenzij we de zelfgenoegzame meerderheid ervan kunnen overtuigen dat het in haar eigen voordeel is om te veranderen.
Zelfs die zelfgenoegzame meerderheid vertoont inmiddels tekenen van verontrusting en onbehaaglijkheid over de richting die onze maatschappij opgaat. Zij zou weleens tot het inzicht kunnen komen dat er inderdaad behoefte is aan een nieuw paradigma om ons de weg te wijzen. Anders worden onze steeds ziekere samenlevingen naar alle waarschijnlijkheid nůg zieker.

Bijwerkingen van natriumglutamaat

Studies uit het verleden beschrijven dat astmatische personen na consumptie van natriumglutamaat in voedsel astma-aanvallen konden krijgen. Naar aanleiding hiervan werden studies uitgevoerd om de link tussen natriumglutamaat en astma vast te stellen, en de toxische effecten van deze stof te onderzoeken. Er kon echter nog geen wetenschappelijk bewijs voor deze stelling worden vastgelegd. Mensen met astma bleken in deze studies dezelfde reactie te vertonen op natriumglutamaat rijke voeding als op placebo`s. Soortgelijke studies werden uitgevoerd met mensen die verklaarden hoofdpijn, duizeligheid of andere subjectieve symptomen te krijgen door consumptie van de smaakversterker. Vaak konden de klachten verklaard worden door de toename in natrium gehalte en te weinig vocht. Ook hier kon geen wetenschappelijk verband tussen de stof en de symptomen worden aangetoond. Een samenvatting van de
verschillende onderzoeken naar de effecten van natriumglutamaat op de gezondheid werd gepubliceerd in 2000. De uiteindelijke conclusie van dit overzicht was dat door het ontbreken van wetenschappelijk bewijs voor schadelijke effecten, de stof beschouwd kon worden als een veilig additief voor voedingmiddelen. Alleen bij de inname van de pure stof in grote hoeveelheden werden subjectieve symptomen waar genomen bij mensen die zichzelf als overgevoelig voor deze stof beschouwden.
Door een goede ingrediŽntendeclaratie kunnen mensen zelf kiezen of ze het willen consumeren of niet.

Van de stof werd in het verleden verondersteld, dat het het chinees-restaurantsyndroom, ook wel Dr. Wong-syndroom, naar de naam van de ontdekker ervan, kan veroorzaken. Wetenschappelijk onderzoek onder gecontroleerde omstandigheden heeft dit weerlegd [1].. Het zou uitmaken, of de stof natuurlijk - uit zeewier of door natuurlijke fermentatie - ontstaat, dan wel chemisch wordt bereid, wat wetenschappelijk gezien niet mogelijk is. Het gaat hier om klachten als gevoelloosheid van de nek, armen en rug, hoofdpijn, tintelingen, versnelde hartslag en maag- en darmklachten.
Sommigen veronderstellen, dat de stof kan werken als een trigger bij de totstandkoming van bepaalde ziekten. Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat deze hypothese ondersteunt. De vermelding van de aanwezigheid van MSG in het voedsel is verplicht. Dat geldt alleen bij voorverpakt voedsel. Het geldt niet voor voedsel, dat bijvoorbeeld in restaurants wordt geserveerd. En uiteraard ook niet voor die producten waar het in hoge hoeveelheden van nature in voorkomt.




Overgenomen uit: Uw Supermarkt
Eindelijk gevonden: een cursus etiketten lezen. Met dank aan Gert Jan Groothedde, culinair journalist.
(zie foto onderaan pagina)

Albert Heijn wil dat wij in zijn winkel klavertjes plukken. Maar een systeem dat ons op de mouw wil spelden dat een blik knakworst gezonder is dan een komkommer, daar deugt natuurlijk niets van. U hebt die klavertjes gelukkig helemaal niet nodig. U kunt etiketten lezen en daar is misschien wel mťťr uit te halen dan u denkt. Een beknopte inleiding aan de hand van zo'n middagsoepje van AH huismerk.

Eerste belangrijke wetenschap: de ingrediŽnten staan verplicht vermeld in aflopende volgorde: wat er het meest in zit, staat vooraan. Een kop van deze soep bestaat in de eerste plaats uit water, en wel minstens 40%: de soep bevat immers 40% tomaat, en het water staat vůůr de tomaat. Dat betekent meteen dat de overige ingrediŽnten samen maximaal 20% van de inhoud van de klaargemaakte soep uitmaken.

Als derde en vierde in de lijst komen suiker en glucose. Hoeveel van elk mag u niet weten, maar het is maximaal 11% en minimaal 1%, want 1% taugť staat lager in de lijst. De voedingswaardetabel kan u helpen; die komt straks aan bod. Over suiker en glucose heb ik het verderop nog even afzonderlijk, want zij zijn vaak een belangrijk ingrediŽnt van kant-en-klaar producten, zelfs hartige waarin u het misschien niet zou verwachten. Waarom? Omdat u dat lekker vindt, zeggen de marketeers van de voedingsindustrie.

Na glucose komt zout. Flink wat zout overigens: meer zout dan prei, omelet, vermicelli, ui en andere dingen waarvan je liever meer zou hebben, en in ieder geval minstens 1% (nog steeds vanwege die taugť). Ook hier worden we wijzer uit de voedingswaardetabel.

Even verderop zien we gemodificeerd zetmeel. "Gemodificeerd" betekent letterlijk "gewijzigd". Hoewel zetmeel op heel veel manieren kan worden gewijzigd (je kunt er zelfs glucosestroop van maken), wordt er op verpakkingen een behandeling mee bedoeld om het ook op lage temperaturen goed te laten binden. Dat kan door verhitting, enzymbehandeling, hittebehandeling met een zuur of behandeling met een loog. Soms wordt ook bedoeld dat de kleur lichter is gemaakt door bleken met permangaat. Toegegeven, het klinkt niet allemaal even smakelijk.

Ook nog minstens 1% van het product is het enige e-nummer, E621. Dat komt vaak voor in hartige producten: het is natriumglutamaat, ook wel bekend als ve-tsin of MSG, een smaakversterker. Niet bepaald een onbesproken goedje: er zijn deskundigen die menen dat het de hersenen aantast en in elk geval wekt het de eetlust op, waardoor u de neiging hebt meer te eten van producten die E621 bevatten. Goed om te weten dat u met ťťn kop van deze soep rond de 2 gram E621 binnenkrijgt! Een compleet overzicht van alle e-nummers vindt u onder meer hier.

Dan de voedingswaardetabel. Om te beginnen is die altijd per 100 ml (of bij vaste stoffen 100 g) opgesteld. U moet even rekenen, want ťťn kop soep bestaat uit 175 ml water en 21 g poeder: bij elkaar tegen de 200 ml. De waarden die u hier leest moet u dus met ongeveer twee vermenigvuldigen.

Hier leest u dat 100 ml soep 5,5 g koolhydraten bevat, waarvan 2,0 g suikers. Dat is dus per kop tweemaal die hoeveelheid. Het is goed te bedenken dat door allerlei mazen in de regelgeving een aantal "snelle koolhydraten" niet als suiker hoeft te worden opgegeven. Zo hanteert Unilever dat glucosestroop maar ca. 12,5% "suikers" bevat, hoewel dit goedje vrijwel geheel uit snelle koolhydraten bestaat. Daarvan zijn sommige nog aanzienlijk schadelijker voor uw gezondheid dan andere. Met name een overdaad aan glucose of fructose is een risico: dit hoeft niet in de spijsvertering te worden afgebroken en gaat dus rechtstreeks naar de cellen zonder dat er sprake is van de geleidelijke afgifte die met complexe koolhydraten optreedt. De cellen krijgen dus een gigantische suikerstoot. Nu is het zo dat als de cellen meer koolhydraten krijgen dan ze nodig hebben voor hun energiehuishouding, het overschot wordt omgezet in vet, vet dat dan wordt afgezet op plaatsen waar het niet thuishoort en daarmee veel schadelijker is dan welk vet ook dat u in gewone vorm binnen krijgt.

Daarnaast remt het het immuunsysteem en verhindert het het transport van vitamine C. En u dacht dat vet schadelijker was dan suiker? Vergeet het! Producten waarin vetten zijn vervangen door glucosestroop om ze als "gezond" te kunnen afficheren, zijn het tegendeel.

Tot slot blijkt dit soepje per kop bijna 1 g natrium te bevatten, wat dus neerkomt op 2 gram keukenzout. Best veel als je bedenkt dat de aanbevolen maximale zoutinname per dag op 8,75 g staat.

klik hier voor actuele informatie
Home                Wie zijn wij                Coaching          Behandelmethode     Zin en Onzin      Cursussen    Vragen          Sitemap      
                                      
Share |
Contact  |  Colofon  |  E-mail |  © 2017 Asmi-Ikben  |  DisclaimerHelp